Luierkoek

Mijn kersverse zoon heeft het gepresteerd zichzelf te specialiseren in het vakkundig vullen van zijn luier. Kundig vol kakken noem ik dat. Hij heeft poepen tot een ware kunst verheven.

Gelukkig heeft flesvoeding de aangename eigenschap, in tegenstelling tot moedermelk, het aantal goedgevulde luiers drastisch te verminderen. Maar met één volle broek per dag voel ik me soms nog steeds bedrogen.

Een ander voordeel van de kunstmatige melk is de verminderde aroma door het ontbreken van reststoffen van het eigen eetpatroon, die via de borst een weg vinden naar het drollenfabriekje. In eerste instantie bewijst deze theorie zichzelf wel maar als de luiers meer dan een dag blijven liggen is er geen “Diper-genie” of “luier-wrapper” tegen opgewassen.

Als de kleur op zijn wangen toeneemt, gelijk aan het zachte gekreun dat hij voortbrengt, voel ik nattigheid en groeit de vrees dat het dagelijkse spektakel niet lang meer op zich laat wachten.

Een van de eerste foefjes die meneer toepast is de schijnbeweging die hij een half uur voor aanvang van de show maakt. Met een lange aanloop naar het echte werk heeft hij mij met de lucht die vooruit reist al meerdere keren zijn broek vroegtijdig tevergeefs laten inspecteren. Als dan het echte werk lijkt volbracht waag ik mij aan de uitdaging en open argwanend de gepatenteerde plakstrips.

De ravage die ik tussen de plasgootjes aantref liegt er niet om. Zes flessen van 150 milliliter gecomprimeerd in één grote brei.

Met billendoekjes gewapend, schraap ik voorzichtig de koek van zijn billen en neem me voor het aantal gebruikte exemplaren niet meer te tellen.

Eenmaal alle kiertjes grondig gereinigd, wacht mij een verrassing in de vorm van een warme douche die met een volwassen precisie  tenminste de helft van zijn kleren weet te bevochtigen.

Nadat ik zijn klerenkast heb geplunderd om een droge outfit samen te stellen volgt de taak deze schoon en droog te houden. Met een verse luier onder zijn billen kijkt hij me breed lachend aan en begint aan zijn toegift. Het is net ras patat, die gele slierten die bij elk kreungeluid schoksgewijs een weg naar buiten vinden via het “gat des onheils”.

Moe van het harde werken drinkt hij na afloop een hele fles leeg en valt tevreden in slaap. In zijn slaap kreunt hij zachtjes en maakt zijn kleine lijfje overuren om een nieuwe portie klaar te maken voor de volgende voorstelling.

Het is moeilijk om niet van hem te houden als hij er zo vredig bijligt en dat is maar goed ook want anders zou het verschonen van een luier hele andere koek zijn!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s